Illegaal passagiersvervoer

De grachten zijn een heel klein stukje binnen grootstedelijk Amsterdam, een stukje dat niet kan groeien, en het is precies dit ene stukje waar alle Amsterdammers zo van genieten. Ontzettend veel Amsterdammers maken gebruik van de grachten, en nog meer toeristen. We praten over zeer intensief gebruik van zeer schaarse ruimte. En het raakt het vol. Net als een aantal jaar geleden met auto’s in het centrum. De vraag is: Hoe gaan we daarmee om, nu én in de toekomst?

Om de situatie beheersbaar te houden is effectieve regulering noodzaak. De druk op het centrum neemt door bewoners en bezoekers van de stad hand over hand toe. Passagiersvervoer over de grachten moet daarom worden uitgevoerd door professionele organisaties die aantoonbaar aan alle wet- en regelgeving, veiligheidseisen en verzekeringsvoorwaarden voldoen en natuurlijk netjes afdragen aan de fiscus. Helaas opereren nog altijd teveel illegale passagiersvervoerders op de grachten met alle overlast voor omwonenden (waaronder woonbootbewoners) en veiligheidsrisico’s van dien.

Illegaal passagiersvervoer te water is een hardnekkig en omvangrijk probleem. Nog in 2014 is het aantal illegaal opererende vaartuigen geraamd om ruim 200. Dat aantal is grofweg tweederde van het aantal vaartuigen met een geldige exploitatievergunning. De branche ondervind hiervan grote hinder. Naast een verstoorde markt met oneigenlijke concurrentie wordt de door de illegale sloepen veroorzaakte overlast niet zelden door bewoners en politie geprojecteerd op de rederijen/de branche.

Zo klip-en-klaar als het verschil tussen een taxi en een snorder, zo vaag lijkt soms het verschil op het water. Voor de politiek, de handhavende instanties en ook zeker voor de (potentiële) klant. De VRA pleit ervoor dat de politiek harder stelling neemt tegen het illegaal passagiersvervoer te water. Hoewel dit logisch lijkt is er toch ook vaak sympathie wanneer de snorder op de gracht zich uitgeeft als buitenspel gezette nieuwe toetreder of jonge ondernemer met hart voor de deeleconomie.

Aangaande de deeleconomie moet de politiek zich goed afvragen wat nu juist het verschil tussen delen en huren is. Wanneer er in de vorm van een commerciële activiteit tegen betaling boten te huur worden aangeboden moet dit worden aangemerkt als huur. Eventueel lagere prijzen zijn veelal te verklaren door het gebrek aan vergunningen, keuringen, verzekeringen voor passagiersvervoer en fiscale druk. Verschillende landelijk opererende organisaties (zoals GoBoat en Barco) die op deze wijze tegen commerciële tarieven boten te huur aanbieden zijn daarmee wolf in schaapskleren.